VORIGE PAGINA     |   INDEX GETUIGENISSEN  |    VOLGENDE PAGINA
getuigenissen

Inhoud van deze pagina:

60 . piano speelde bovennatuurlijk door
      zonder pianist na de genezing van
      een kreupel kind


61. Een stervend knaapje door God genezen
      Van te voren in visioen getoond
60 piano speelde bovennatuurlijk door zonder pianist na de genezing van een kreupel kind

W Branham GETUIGENIS VAN WILLIAM BRANHAM
Ik zie enige Amish-mensen, geloof ik, of Mennonieten in het gebouw, met de kleine dames met hun hoedjes op. Dat deed mij daaraan denken. Ik was in Fort Wayne, Indiana. En daar was een Mennonieten-meisje, dat de Heilige Geest ontvangen had. Of het kan een Amish geweest zijn. Het was een van beiden, f van de Mennonieten f van de Amish. En zij was een lief meisje. En zij speelde: "De grote Heelmeester is nu nabij, de medelijdende Jezus." En daar was een klein kindje dat in mijn armen gebracht was, dat kreupel was. En toen ik bad werd het kindje genezen. Het sprong uit mijn armen en liep over het podium. En de moeder viel flauw. En het Amish- of Mennonieten-meisje kende de dame. En zij... De Heilige Geest trof haar en ze begon te jubelen. En ze hief haar handen omhoog en liep bij de piano vandaan en de piano miste nooit n noot, speelde: "De grote Geneesheer is nu nabij, de mede gevoelende Jezus." Komend door de gangpaden van overal verdrongen de mensen elkaar. En die ivoren toetsen gingen op en neer: "De grote Geneesheer is nu nabij, de mede gevoelende Jezus." En ze lagen op de vloer, in de gangpaden, overweldigd door vreze... of door de tegenwoordigheid van de Heilige Geest. Hij leeft nog. Hij is nog steeds Jezus.

Uit de prediking
"geloof is onze overwinning" (par. 64) van William Branham gehouden op 4 Oktober 1958

HOME    INDEX getuigenissen   



61 Een stervend knaapje door God genezen; van te voren in visioen getoond

W Branham GETUIGENIS VAN WILLIAM BRANHAM
"Dit visioen, dat ik nu vertel," schrijft Branham, "was voor mij buitengewoon gewichtig. Het gezicht kreeg ik op een nacht in mijn ouderlijk tehuis, kort voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Plotseling viel er een vreselijke last op mijn hart. Ik bad langdurig doch kon desondanks daarvan niet worden bevrijd. Na een gebed van 2 uur kwam een visioen over mij.
Ik zag, hoe ik een heuvel op ging waarop een ruw getimmerd huis lag. Ik ging er binnen en ontdekte een rode stoel en een 'rode verstelbare divan.
Op de rode stoel zat een oude vrouw met bril, wenende. Op een bed aan de rechterzijde lag een 3-jarig jongetje met bruin haar, dat ernstig ziek was. Bij de middelste deur stond een donkerharige vrouw, waarschijnlijk de moeder van het knaapje, en weende bitter. Aan de andere zijde van het bed stond een grote donkere man, de vader.

Ik vroeg mij af: "Is dat niet merkwaardig; zo net was ik nog in de woning van mijn moeder en nu ben ik in een vreemd huis. Ik ontwaarde aan mijn rechterzijde de engel Gods in een wit gewaad. Ik wist niet wat te doen, maar een groot medelijden voor het zieke kind kwam over mij. De engel vroeg mij: "Kan dat kind leven?" Op mijn ontkennend antwoord ging hij verder: "Laat de vader u het kind brengen; leg uw handen op 'zijn maag." Toen dat gebeurd was strekte het kind zijn zieke been uit. Hij stond op en liep n pas en nog n pas tot aan de hoek. Toen kwam hij naar mij toe en zei: "broeder Branham, ik ben thans gezond!" De engel vroeg: "Hebt, ge het begrepen?" Ik antwoordde: "Ja, Here!" Daarna: zei de engel tot mij, dat ik stil moest staan. Hij nam mij op en zette mij op een klinkerstraat neer. Daar zag ik aan de rechterzijde een begraafplaats met enkele grote grafstenen. Hij zei: "Lees de namen en de getallen daar op!" Vervolgens nam hij mij weer op en zette mij neer in een kleine nederzetting aan een kruispunt, waar een kleine winkel stond in de nabijheid waarvan 4 of 5 huizen stonden. Uit de winkel kwam een oude man met een witte snor en baard, in werkkleding met gele kap op. De engel wees op hem met de woorden: "Deze zal u leiden:'

Daarop verplaatste hij mij voor de derde maal. Ik kwam in een huis en zag een jonge vrouw aan de deur staan; zij schreide bitter. Bij het binnentreden ontdekte ik een ouderwetse ijzeren kachel aan mijn rechterzijde.

De kamer had een geel tapijt met rode figuren. Aan de wand hing een spreuk: "God zegene ons huis:' In het midden stond een groot ijzeren ledikant en in de hoek een bank. In het ledikant lag een klein meisje met opgetrokken armen en benen. Weer stond de engel aan mijn rechterzijde en vroeg mij, of dat kind kon (blijven) leven. Toen ik ontkennend antwoordde zei hij: "Leg uw hand op haar en bid!" Terwijl ik voor het meisje bad hoorde ik een stem: "Prijs de Heer'" Toen ik toekeek, kwam het meisje overeind. Haar rechterarm was vervormd en naar achter gedraaid; ik zag echter hoe de arm recht werd. Dan nam ik waar, dat het vergroeide been eveneens recht werd. Ik hoorde haar onder tranen de Here prijzen.

Nauwelijks was ik van dit visioen tot mijzelf gekomen, toen ik iemand hoorde roepen: "Broeder Branham, broeder Branham'" Ik keek op de klok en zag, dat vele uren waren voorbij gegaan. De dag brak aan en iemand riep mij. Het was een jonge man genaamd Himmel. Ik had hem en zijn vrouw gedoopt. Hij sprak: "Broeder Branham, ik ben in nood. In de oorlog ben ik (het gelooft afvallig geworden en sindsdien heb ik (reeds) een kind verloren. Nu ligt ook mijn kleine jongen op sterven. De dokter heeft hem opgegeven. Ik schaam mij om het u te vragen, maar bid toch voor mijn zieke kind!" Ik zei hem: "Ik zal komen". Hij deelde mede, dat hij zijn zwager Snelling (die zich enige tijd geleden bekeerd had en heden mijn helper is in de gemeente) wilde halen om mij bij te staan met bidden.

"Goed: zei ik, zonder te weten, dat deze het zijne zou bijdragen om het visioen in vervulling te doen gaan."

Op weg naar broeder Snelling vroeg ik Mr. Himmel: "Woont u in een klein landhuis met 2 kamers?" Hij antwoordde bevestigend. "Heeft de voorkamer niet een rode divan en een bed waarop een kleine jongen met bruin haar ligt?" Verwonderd antwoordde hij: "Ja, dat klopt! Bent u reeds bij mij thuis geweest?" Ik antwoordde: "Toen u mij riep, verliet ik juist uw huis." Natuurlijk begreep hij dit niet. Ik vroeg verder "Broeder Himmel, gelooft u mij?" Hij antwoordde: "Ja, van ganser harte!" "Goed, hoor dan toe: zo spreekt de Geest, uw kind zal leven!" Een diep berouw maakte zich toen van hem meester. Hij stopte de auto, wierp zich over het stuur en riep: ,,O God, wees mij zondaar genadig!" Hij gaf zijn hart aan de Heiland, terwijl wij nog ver van zijn huis waren en alvorens het kind genezen was.

Toen wij zijn woning betraden" vonden wij het kind als dood. De longen waren vol slijm en een zwakke adem kwam door het kleine keeltje. Ik liet mij het kind brengen en bad. Maar er gebeurde niets. Vast en zeker was het 'kind gestikt en had ik er bovendien te vast op gerekend, dat het terstond zou genezen. Spoedig begreep ik, dat men een grote fout kan begaan" als men een visioen niet nauwlettend waarneemt. Alles moet zich zo afspelen als in het visioen, anders gaat dit niet in vulling. Innerlijk klaagde ik mij zelf aan, dat ik eigenmachtig had gehandeld in plaats van op Gods teken te wachten. Ik begreep nu dat de oude vrouw, die ik in de stoel zag zitten niet aanwezig was, ik moest daarom wachten tot dit ook in vervulling ging.

Na 1 uur wilde broeder Snelling weggaan, want het kind had nog slechts korte tijd te leven. Het was toen 6 uur; toen keek ik toevallig uit het venster en zag, dat een oude vrouw om de hoek van het huis kwam: zij had een bril op. Ik begon de Heer te prijzen. Het was merkwaardig, dat de vrouw door de achterdeur naar binnen kwam, op hetzelfde ogenblik dat de beide mannen de voordeur uit wilden. Het was de grootmoeder. Binnentredend vroeg zij hoe het met de jongen was. De moeder weende en riep:

"Hij sterft, hij sterft!" Broeder Snelling wendde zich om. Ik stond op en liet hem op de rode divan plaats nemen; hij zette zich wenend neer. Dan nam de grootmoeder haar bril af en ging naar de andere stoel. De moeder leunde tegen de middelste deur en weende. Nu deed zich alles zo voor als ik in het visioen gezien had. Nu ging ik naar Mr. Himmel. "Kunt u in mij geloven?" Op zijn bevestigende antwoord zei ik (hem) dat het mij bedroefde dat ik het visioen vooruitgelopen was. Daarop vroeg ik hem mij het kind te brengen. Hij deed dit en ik bad: "Mijn God en Vader, het doet Uw knecht van ganser harte leed het visioen vooruitgelopen te zijn. Vergeef het mij Heer, en laat deze mensen ervaren, dat Gij God zijt en ik Uw knecht. In de Naam van de Here Jezus Christus zeg ik: het kind zal leven!" Terwijl ik mijn hand op het kind legde, begon het plotseling te huilen en riep: "Vader, vader" en het wierp zich in zijn vaders armen." Ik zei: "Neem het kind op en leg het in bed, want zo spreekt de Geest": over 3 dagen zullen zijn ledematen weer volkomen recht zijn, zoals de Heer het in het gezicht getoond heeft," Op die derde dag verschenen er veel mensen om het wonder te zien. Mijn echtgenote ging er eveneens heen. De familie was niet op de hoogte van mijn komst. Toen de moeder mij zag, riep zij: "De jongen is geheel in orde!" Al bij het binnentreden wist ik, dat de jongen naar mij toe zou komen. En zowaar, het gebeurde De kleine jongen zag mij aankomen, liep op mij toe, greep mij bij de hand en zei: "Oom Branham, ik ben nu gezond!" Halleluja! Ja, wat God beloofd heeft, gaat in vervulling.


VORIGE PAGINA     |   VOLGENDE PAGINA

HOME      INDEX getuigenissen    TOP   

______________________________________________

Voor vragen of opmerkingen:





Peter van Oort

Peter van Oort